Week 08: Plan van aanpak voor reïntegratie
Op basis van het advies van de arbodienst stelt u uiterlijk in de achtste week na de ziekmelding samen met uw werknemer een plan van aanpak op. In het plan van aanpak staat beschreven wat u en uw werknemer gaan ondernemen om hem/haar weer aan het werk te krijgen. Om activiteiten uit het plan van aanpak uit te voeren kan de arbodienst en eventueel een reïntegratiebedrijf ingeschakeld worden. Bijvoorbeeld voor een rugtraining of begeleiding bij burn-out. Verder spreekt u samen af wie de contactpersoon is, oftewel de ''casemanager''. Deze persoon zorgt voor de uitvoering van het plan van aanpak en neemt het initiatief voor de contacten. Om de voortgang te bewaken is het van belang om regelmatig te overleggen en zonodig het plan bij te stellen. Samen werkt u vervolgens aan de uitvoering van het plan van aanpak. U en uw werknemer moeten zich daarbij houden aan de afspraken die in het plan van aanpak zijn vastgelegd. Samen kunt u de probleemanalyse (zie week 6) en het plan van aanpak bijstellen als de situatie zich wijzigt. Zowel de probleemanalyse, het plan van aanpak en hun bijstellingen worden onderdeel van het zogenoemde reïntegratieverslag. In een aantal gevallen hoeft geen plan van aanpak gemaakt worden. Bij kortdurend verzuim, bijvoorbeeld een flinke griep, hoeft geen plan van aanpak opgesteld te worden. Als de arbodienst constateert dat er, ook in de toekomst, geen mogelijkheden zijn om te werken, hoeft geen plan van aanpak opgesteld worden. Blijkt na verloop van tijd dat de situatie verbeterd is en dat er wel weer arbeidsmogelijkheden voor uw werknemer zijn, dan moet er alsnog een plan van aanpak gemaakt worden.